Foto journaal Peter Kerkhof

een reis door mijn foto's

Lichtmeter

Vaak wordt een lichtmeter gezien als een soort van “voodoo device”. En ten onrechte wordt er ook wel eens gezegd dat je alleen goede foto’s kunt maken als je een lichtmeter gebruikt. Beide beweringen kunnen echter niet verder van de werkelijkheid liggen. ik leg uit hoe een lichtmeter werkt!

Je kunt prachtige resultaten behalen als je een lichtmeter gebruikt en je kunt prachtige resultaten behalen als je geen lichtmeter gebruikt. Een lichtmeter is geen automatische garantie voor een goed eindresultaat. Maar waarom dan WEL een lichtmeter gebruiken?

Zoals ik hierboven al zei geeft een lichtmeter geen garantie op een goed eindresultaat. Maar het geeft je wel de garantie dat je een goede belichting hebt. Een goede belichting is de basis van elke foto en van daaruit is het je eigen creativiteit die het overneemt om een goed eindresultaat te bereiken.

Lichtmeter

Maar laten we even beginnen met de standaard vraag: “Hoe werkt de lichtmeter?” Veel mensen hebben het idee dat een lichtmeter ingewikkeld is in gebruik, maar niks is minder waar. Het gebruik van een lichtmeter is erg eenvoudig. Denk gewoon aan de belichtingsdriehoek die we als fotograaf gebruiken. In deze driehoek hebben we de ISO, die sluitertijd en het diafragma en deze drie instellingen gebruiken we om een goede belichting te krijgen.

Met de lichtmeter geef je een ISO waarde in en een van deze andere twee onderdelen en de lichtmeter geeft je het derde deel.

Voorbeeld: Je stelt de lichtmeter in op ISO 100, je stelt de sluitertijd in op 1/125 en de lichtmeter geeft je een correcte waarde voor je diafragma. Of, je stelt de lichtmeter in op bv ISO 100, het diafragma op F4.0 en de lichtmeter geeft je een correcte waarde voor de sluitertijd.

Let wel even op hier. Als je een flitser gebruikt, dan stel je de lichtmeter altijd in op de ISO waarde en de sluitertijd die je gebruikt zodat je lichtmeter je een correcte diafragma waarde zal geven.

Modussen

Laten we eens kijken naar de mogelijkheden die we hebben om de lichtmeter te gebruiken. Op het display van de meter staan verschillende icoontjes afgebeeld:

Het eerste icoontje ziet er (enigzins) uit als een zon en is de zogenaamde “Ambient” of “Daylight” modus. En deze modus gebruik je als je werkt met continu licht zoals bijvoorbeeld de zon of op een binnenlocatie waar alleen continu licht is zoals TL licht. Je drukt op de meetknop en de meter geeft je direct een waarde.

In het tweede icoontje zie je een flits. Dit is, met een moeilijke benaming, de “Cordless Flash Mode”. De modus werkt, zoals de naam al zegt, draadloos. Als je op de meetknop van de meter drukt zal de meter circa 90 seconden wachten op een flits van je (studio)flitser. In die tijd kun je de flitser af laten gaan met een trigger en de lichtmeter zal je daarna een waarde geven.

Het derde icoontje, de flits met een “C” in de hoek, is de “Cord Flash Mode”. In deze modus is lichtmeter met een kabel (synckabel) verbonden aan de flitser. Door de meetknop in te drukken stuurt de lichtmeter een signaal naar de flitser waardoor deze afgaat.

Het laatste icoontje, de flits met een kleine antenne in de hoek, is redelijk nieuw. Sommige fabrikanten, en met name Pocketwizard, hebben handig ingespeeld op de behoefte om de synckabel te vervangen met een radio trigger. Dat wilt zeggen: de lichtmeter zendt een radiosignaal uit, de trigger vangt deze op en laat de flitser afgaan. Deze modus heet, met een nog moeilijkere benaming de “Wireless Flash Radio Triggering Mode”. Je lichtmeter moet wel geschikt zijn om dit radiosignaal uit te zenden en daarom zul je het niet op elke lichtmeter terugvinden.

Instellingen

Als je nu voor de eerste keer werkt met een lichtmeter, dan is het belangrijk om deze meteen goed in te stellen. Als je, net als ik, in een studio werkt of altijd met flitsers werkt, gebruik je de lichtmeter om een correct diafragma te krijgen. Een lichtmeter geeft je hier verschillende mogelijkheden. Je kunt de lichtmeter instellen in volle f-stops, 1/2e, 1/3e of 1/10e van een f-stop. Mijn advies hier is om de lichtmeter in 1/10e van een f-stop in te stellen.

Waarom nu 1/10e?

Vrijwel alle flitsers zijn tegenwoordig digitaal in te stellen. Je kunt de flitsintensiteit in stapjes van 1/10e instellen. En deze stapjes van 1/10e, staan gelijk aan 1/10e van een f-stop. Dit is de meest nauwkeurige manier om een goede belichtingswaarde te krijgen. En als je de flitsers in 1/10e van een f-stop kunt gebruiken, moet je ervoor zorgen dat de lichtmeter ook is ingesteld op 1/10e van een f-stop.

Voorbeeld: Je meet het licht en de lichtmeter geeft je een waarde van F11.3. Dat betekent dat je 3/10e van een f-stop boven F11 zit. Als je de flitser nu 3/10e naar beneden bijstelt kom je uit op F11. Voorbeeld: Je meet het licht en de lichtmeter geeft je een waarde van F11.8. Dat betekent dat je 2/10e van een f-stop verwijderd bent van F16. Als je de flitser in dit geval 2/10e naar boven bijstelt zul je een waarde van F16 krijgen

Sommige fotografen zullen de voorkeur geven aan het werken met 1/3e f-stops en de camera instellen op F13 of F14. Zelf geef ik de voorkeur aan hele f-stops omdat deze manier de meest nauwkeurige manier van werken is.

In de praktijk

Nu we de verschillende mogelijkheden weten gaan we kijken hoe we deze kunnen gebruiken. Omdat ik zelf met flitslicht werk stel ik de lichtmeter altijd in op de ISO waarde en de sluitertijd wat in mijn geval ISO100 en 1/125 voor de sluitertijd is.

Nu komt er even een belangrijk stukje. Je richt de lichtbron op je model en om het licht te meten richt je de lichtmeter naar de lichtbron en niet naar je camera. Immers, je wilt het licht meten dat op het model valt.

Soms wordt er gezegd dat je de lichtmeter naar de camera moet richten maar dat is niet juist. Afhankelijk van de hoek van het licht zal er niet altijd veel verschil zijn maar als je het licht gaat draaien is het belangrijk om altijd te meten naar de lichtbron toe. Om dit ook in de praktijk te laten zien heb ik een aantal voorbeelden gemaakt.

voorbeeld 1

Bij deze opstelling staat de lichtbron slechts in een kleine hoek op het modellenhoofd gericht. Je ziet dat er weinig verschil is in de schaduw aan de linkerkant en de rechterkant van het hoofd. Op de foto links richt ik de lichtmeter naar de lichtbron en krijg ik een waarde van F16.0 als resultaat. Op de foto rechts richt ik de lichtmeter naar de camera en krijg ik een waarde van F11.8, 2/10e stop lager. Nu is dit verschil nog niet zo heel erg groot, als we het licht iets gaan draaien zullen we de verschillen echt gaan merken.

voorbeeld 2

Bij deze opstelling staat de lichtbron in een hoek van ongeveer 45 graden op het modellenhoofd gericht. Hier zie je ook dat je al een mooie schaduwval krijgt aan een kant van het hoofd. Meet ik wederom naar het licht toe, dan meet ik nog altijd F16.0 Richt ik in dit geval de lichtmeter naar de camera, dan krijg ik een waarde van F11.4, 6/10e lager. Zou je hier de camera instellen op F11.4, dan ga je het beeld al 2/3e f-stop overbelichten. Draaien we het licht nog meer, dan worden de verschillen nog extremer.

voorbeeld 3

gericht. Je ziet hier een extremere schaduwval aan de zijkant van het hoofd. Meet ik hier naar het licht toe, dan blijf ik nog altijd meten op F16.0. Maar richt ik hier de lichtmeter naar de camera toe, dan krijg ik een waarde van F8.03. En F8.03 is 1 2/3 f-stop lager. Stel je in dit geval de camera in op F8.03, dan ga je een groot deel van het beeld overbelichten en delen van het hoofd zullen uitbijten (= 100% wit).

Je kunt nu duidelijk zien dat het van belang is om de lichtmeter naar de lichtbron te richten en niet naar de camera. Alle foto’s zijn overigens gemaakt op F16, de waarde die ik kreeg door naar het licht toe te meten, waardoor alle foto’s een mooie en goede belichting hebben.

Lichtmeter aanschaffen

Er zijn veel lichtmeters op de markt en veel mensen schaffen de goedkoopste variant aan. Logisch, want het zijn niet de goedkoopste meetinstrumenten. En zolang je het licht kunt meten zal de basis van je foto goed zijn. Toch is het ook verstandig om vooruit te kijken. Veel meters hebben alleen een dome (de witte bol) om het licht te meten. Je richt de meter naar de lichtbron, meet het licht dat op de dome valt en je krijgt een perfecte belichtingswaarde.

Maar er zijn ook lichtmeters die naast de dome een spotmeter functie hebben. De spotmeter meet het reflecterende licht (op dezelfde manier zoals je camera dat doet). En met deze lichtmeters kun je bijvoorbeeld ook de achtergrond meten. Ze zijn iets duurder in aanschaf, maar je zult er veel plezier van hebben en persoonlijk hebben zulke meters mijn voorkeur.

Zelf werk ik met een Sekonic L-758DR. Deze meter heeft naast de dome ook een mogelijkheid tot spotmeting en als derde extra is het ook mogelijk om deze meter te kalibreren. Out of the box zijn de lichtmeters erg nauwkeurig, maar ze zullen nooit 1:1 zijn met de je camera/lens combinatie. Door de meter kalibreren zal dat wel zo zijn en zul je altijd en overal een perfecte belichting meten.

Onthou dat een lichtmeter geen garantie is voor succes. Het is slechts de basis voor je foto. Je krijgt een perfecte belichtingswaarde en van daaruit is het je eigen creativiteit die de foto tot een succes maakt.

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 Foto journaal Peter Kerkhof

Thema door Anders Norén