Foto journaal Peter Kerkhof

een reis door mijn foto's

Wat is het diafragma?

Heel simpel gezegd: het diafragma is de opening van de lens. Het doel hiervan is de juiste hoeveelheid licht doorlaten voor een foto met goede belichting. Omdat deze opening verstelbaar is, kun je zelf de hoeveelheid licht regelen die door de lens komt en op de sensor in je camera terechtkomt. Deze verstelbare opening en de hoeveelheid licht bepalen deels of je foto goed belicht is, overbelicht of misschien onderbelicht.

Bij het verstellen van het diafragma blijft altijd een kleine opening over in het midden. Sluit het diafragma zich tot het verste punt, dan komt er door het kleine gaatje nog maar weinig licht door tot de sensor. Voor het diafragma is een bepaalde standaard afgesproken, het F-getal, oftewel de diafragmawaarde.

Hoe lager de diafragmawaarde, des te groter de lensopening en hoe meer licht er wordt doorgelaten. Dit klinkt in eerste instantie niet logisch. Bij een laag, dus klein getal, zou je ook een kleine opening verwachten. Maar een kleine diafragmawaarde (F1.4) betekent een grote lensopening en dus veel licht. Daarentegen betekent een hoge diafragmawaarde van F22 een kleine opening en dus weinig licht.

In de afbeelding hieronder zie je de bekendste diafragmawaarden. Wanneer je de cijfers bekijkt, zie je dat de waarden zich om en om verdubbelen. Elke stap in de tabel (van F2.8 naar F4) staat gelijk aan een halvering van de doorgelaten licht. Elke stap tussen de getallen noemen we een ‘stop’.

Driehoek

Er zijn drie instellingen waarmee je de belichting regelt voor je foto. Dit zijn de sluitertijd, het diafragma en de iso-waarde (lichtgevoeligheid). Het diafragma regelt de hoeveelheid licht die de camera ziet. Daarna bepaalt de sluitertijd hoelang dat licht op de sensor schijnt in de camera. De iso-waarde bepaalt de lichtgevoeligheid van de sensor voor het licht. Het is daarmee een driehoeksverhouding, dus deze instellingen werken allemaal samen. Verander je de een, dan moet je ook de andere twee instellingen aanpassen voor de goede belichting. Eigenlijk kun je verschillende combinaties maken, die allemaal dezelfde belichting opleveren.

Waarom?

Waarom is het nou handig dat je zelf kunt bepalen hoe het diafragma in de camera staat? Je hebt hierdoor meer grip op het resultaat van je foto. Naast de hoeveelheid licht, regelt het diafragma namelijk ook de scherptediepte van je foto. Hoe groter het diafragmagetal (dus een kleine opening), hoe meer scherpte in je foto. Bij een kleiner diafragmagetal (grote opening), krijg je weinig scherptediepte. Dit wordt vooral gebruikt bij portretfoto’s, omdat de scherpte dan gefocust wordt op de persoon en niet op de achtergrond van het portret.

Maar waarom zou je dat eigenlijk willen: zelf het diafragma instellen? Nou, vooral om meer grip op het resultaat te krijgen. Want het diafragma bepaalt behalve de hoeveelheid licht ook de scherptediepte. Dit is het gebied dat van voor tot achter scherp op de foto komt. Een onscherp grassprietje of onscherpe achtergrond bij een portret horen hier dus niet bij. Hoe groter het diafragmagetal (een kleine lensopening dus), hoe meer er scherp op de foto komt.

Het diafragma beïnvloedt naast de hoeveelheid licht en de scherptediepte ook de beeldkwaliteit van je foto. Als je kijkt naar kwaliteit presteert bijna elk objectief het beste bij gemiddelde diafragmawaarden. Elke lens heeft een ‘sweet spot’. Dit is een combinatie van brandpunt en diafragma waarmee de lens het scherpste fotografeert.

Deze sweet spot kun je onderzoeken bij je eigen lens. Plak een stuk krant met veel tekst op de muur en zet je camera daarvoor op een statief vast. Maak dan met elke diafragmawaarde een foto van het stuk krant en bekijk op de computer elke foto op 100%. Zo kun je bepalen waar de foto van de krant het scherpst is, met name in de hoeken. Om ook de brandpuntsafstand te weten bij de sweet spot, varieer dan ook met afstanden van je camera tot de krant.

Verder Bericht

Laat een reactie achter

© 2019 Foto journaal Peter Kerkhof

Thema door Anders Norén